Wrijvingsgetal sondering (Rf): wat het zegt over de grond
Het wrijvingsgetal Rf is de verhouding tussen de plaatselijke wrijving fs en de conusweerstand qc, uitgedrukt in procenten. Het is de belangrijkste parameter na qc om uit een sondering de grondsoort af te leiden. Een laag wrijvingsgetal wijst grofweg op zandige lagen, een hoog wrijvingsgetal op kleiige of organische lagen. In dit artikel lees je hoe het wrijvingsgetal van een sondering is opgebouwd, hoe je het interpreteert en waar je het in een GEF-bestand terugvindt.
Wrijvingsgetal sondering: zo wordt Rf bepaald
Tijdens een sondering meet de conus twee dingen: de conusweerstand qc aan de punt en de plaatselijke wrijving fs langs de wrijvingsmantel direct boven de conus. Uit die twee volgt het wrijvingsgetal:
Rf = fs / qc × 100%
Omdat beide waarden in MPa staan, valt de eenheid weg en blijft een percentage over. Het wrijvingsgetal is dus geen aparte meting, maar een afgeleide grootheid. Op een sonderingsgrafiek staat het meestal als derde kromme naast qc en fs, tegen de sondeerlengte of de diepte ten opzichte van NAP. Wil je eerst de basis nog eens doornemen, lees dan wat een sondering is.
Wat zeggen hoge en lage Rf-waarden?
In zand is de wrijving aan de mantel klein ten opzichte van de hoge conusweerstand, dus Rf is laag. In klei is qc laag, terwijl de mantel relatief veel wrijving ondervindt, dus Rf is hoger. In veen is qc zeer laag en Rf vaak het hoogst. Het patroon in grote lijnen:
| Grondtype | qc | Rf |
|---|---|---|
| Zand | Hoog | Laag |
| Klei | Laag tot matig | Hoger |
| Veen | Zeer laag | Hoog |
Dit is een indicatie. Een siltig zand of een zandige klei zit tussen deze uitersten in, en dezelfde Rf kan bij verschillende grondsoorten horen. Een sondering vervangt dus geen boring met monsterbeschrijving.
Rf en qc samen: de Robertson-classificatie
Het wrijvingsgetal wordt pas echt bruikbaar in combinatie met qc. De Robertson-classificatie zet beide uit in een diagram en deelt de meetpunten in grondgedragszones in. Hoe dat werkt, lees je in grondsoorten herkennen met de Robertson-classificatie. Voor een Robertson-indicatie heb je dus naast qc ook Rf (of fs om Rf uit te berekenen) nodig. Ontbreekt de wrijving in een bestand, dan blijft een indicatie op basis van alleen qc over.
Waar let je op bij het interpreteren van Rf?
- Lage qc, springerige Rf. Je deelt door qc. Bij zeer lage conusweerstand veroorzaakt een kleine meetonnauwkeurigheid in fs al grote uitschieters in Rf.
- Dunne lagen. De wrijvingsmantel zit boven de conuspunt, dus fs hoort bij een iets ander dieptebereik dan qc. Bij dunne zand- of kleilagen is Rf daarom minder betrouwbaar.
- Overgangen. Aan de rand van een laagwisseling kan Rf een waarde laten zien die in geen van beide lagen voorkomt.
- Ontbrekende of afgekapte data. Controleer of fs over de hele sondeerlengte is geregistreerd en of er geen ontbrekende waarden in de kolom staan.
Gebruik Rf daarom als trend over meerdere meetpunten, niet als losse waarde op één diepte.
Wrijvingsgetal terugvinden in een GEF-bestand
In een GEF-bestand staan de gemeten kolommen beschreven in de #COLUMNINFO-regels. Daar zie je welke kolom sondeerlengte, conusweerstand, plaatselijke wrijving of wrijvingsgetal is, en in welke eenheid. Niet elk bestand bevat alle kolommen: sommige hebben alleen qc en fs, andere ook Rf en waterspanning u2. De opbouw van die headers staat in het GEF-bestand uitgelegd.
In de CPT Converter open je een GEF-bestand direct in de browser en zie je de grafiek met een indicatief grondprofiel (Robertson, of alleen op basis van qc). Dat is handig om snel te controleren of de kolommen zijn wat je verwacht. Wil je de waarden in een spreadsheet, dan beschrijft GEF openen en converteren naar Excel, CSV of AGS4 de mogelijkheden.
Wrijvingsgetal bij oude, papieren sonderingen
Op een papieren sondering staan qc, fs en Rf als aparte krommen naast elkaar. Digitaliseer je zo'n sondering, controleer dan na afloop welke kolommen in het resulterende bestand zitten en of ze kloppen met het origineel. Hoe je van scan naar bestand komt, staat in oude sondering digitaliseren naar GEF. Voor de vraag of een oude sondering bruikbaar is bij een verbouwing, lees je oude sonderingen hergebruiken.
Veelgestelde vragen
Wat is het wrijvingsgetal bij een sondering?
Het wrijvingsgetal Rf is de plaatselijke wrijving fs gedeeld door de conusweerstand qc, maal 100%. Het geeft een indicatie van het grondtype.
Is een hoog wrijvingsgetal altijd klei?
Nee. Een hoge Rf wijst op kleiige of organische grond, maar ook meetonnauwkeurigheid bij lage qc en laagovergangen kunnen hoge waarden geven. Beoordeel Rf altijd samen met qc en het verloop over de diepte.
Heb ik Rf nodig voor een paalberekening?
De paalberekening leunt vooral op qc, zoals beschreven in conusweerstand qc en paalberekening. Rf helpt vooral om de grondlagen te herkennen en het profiel te onderbouwen.
Kan ik Rf zelf berekenen als het ontbreekt in mijn GEF?
Als fs en qc in dezelfde eenheid in het bestand staan, kun je Rf uitrekenen met de formule hierboven. Exporteer het bestand eventueel naar Excel of CSV en bereken de kolom daar.