Oude sondering digitaliseren naar GEF: van scan tot bruikbaar bestand
Bijna elk funderingsadvies begint met een sondering. Maar bij verbouw, uitbouw of herbestemming is die sondering er vaak al — als vergeelde scan in het archief, als bijlage bij een bouwvergunning uit 1985, of als PDF in DINOloket. Je rekensoftware wil echter geen plaatje, maar een GEF-bestand met conusweerstand per diepte. In dit artikel lees je hoe je zo'n scan snel en controleerbaar digitaliseert.
Waarom digitaliseren in plaats van opnieuw sonderen?
Een nieuwe sondering kost al snel enkele honderden euro's per punt, plus planning en toegang tot het terrein. Voor een kleine uitbouw of een haalbaarheidsstudie is dat vaak niet in verhouding. Als er een bruikbare sondering van de locatie bestaat, is digitaliseren een kwestie van minuten. Wanneer hergebruik verantwoord is, lees je in ons artikel over het hergebruiken van oude sonderingen.
Wat heb je nodig?
- Een scan van de sondering: JPG, PNG, TIFF of PDF. Hoe hoger de resolutie, hoe beter.
- De schaal van de assen: twee bekende waarden per as (bijvoorbeeld de gridlijnen van 0 en 10 m, en van 0 en 10 MPa).
- Het maaiveldniveau (m NAP), meestal op het blad vermeld als "MV = NAP + …".
Stappenplan
1. Laad de scan
Sleep het bestand in de CPT Converter of plak een schermafdruk met Ctrl+V. Alles draait lokaal in je browser; de scan wordt nergens geüpload — relevant als het om vertrouwelijke projectstukken gaat.
2. Kalibreer de assen
Probeer eerst de automatische as-detectie: de tool zoekt het grid en leest de cijfers langs de assen met tekenherkenning. "NAP" op de diepte-as wordt herkend als nulpunt. Lukt het niet (bij vlekkerige of scheve scans), dan klik je per as twee bekende punten aan. Kies punten die ver uit elkaar liggen: een kalibratiefout verdeelt zich dan over een groter bereik en wordt relatief kleiner.
3. Digitaliseer de conusweerstandslijn
Met "Auto-volgen" klik je alleen het begin en einde van de qc-lijn aan; het algoritme volgt de lijn pixel voor pixel en zet hem om naar punten. Controleer het resultaat visueel: punten kun je verslepen, verwijderen of aanvullen. Vooral bij dunne veenlagen met lage qc loont het om even in te zoomen.
4. Exporteer naar GEF
Vul het sonderingsnummer, de coördinaten en het maaiveldniveau in en download het GEF-bestand. De data wordt standaard geïnterpoleerd naar een vast diepte-interval van 0,02 m, zoals rekenprogramma's verwachten. Wil je weten wat er precies in dat bestand staat? Lees dan onze uitleg van het GEF-formaat.
Hoe nauwkeurig is het resultaat?
De nauwkeurigheid wordt bepaald door de scanresolutie en je kalibratie, niet door het aantal geklikte punten. Bij een A4-scan van 200 dpi komt één pixel overeen met ongeveer 0,01–0,03 MPa op de qc-as: ruim voldoende voor een paalberekening. Belangrijker is dat je systematische fouten voorkomt:
- Controleer na kalibratie of de uitgelezen waarde onder je cursor klopt met wat je op het blad afleest.
- Let op de eenheid van de diepte-as: meters onder maaiveld of meters t.o.v. NAP. Verwisseling hiervan is de meest voorkomende fout in gedigitaliseerde sonderingen.
- Vergelijk het eindresultaat als grafiek in je rekenprogramma met de originele scan.