Het GEF-bestand uitgelegd: zo zit een sondering in GEF-formaat in elkaar
GEF (Geotechnical Exchange Format) is al decennia de standaard om grondonderzoek uit te wisselen in Nederland. Vrijwel elk geotechnisch rekenprogramma leest GEF-sonderingen in. Het formaat is verrassend simpel — platte tekst — maar juist daardoor gaat er in de praktijk veel mis met zelfgemaakte of geconverteerde bestanden. Hieronder de anatomie van een GEF-CPT-bestand en de valkuilen.
Opbouw: header en data
Een GEF-bestand bestaat uit twee delen. Eerst een header met regels die met
# beginnen, afgesloten door #EOH= (end of header).
Daarna volgt de data: één regel per meetpunt, meestal spatie- of
puntkomma-gescheiden getallen.
#GEFID= 1, 1, 0
#COLUMN= 2
#COLUMNINFO= 1, m, Sondeerlengte, 1
#COLUMNINFO= 2, MPa, Conusweerstand, 2
#ZID= 31000, 1.49, 0.01
#EOH=
0.0000e+000 1.6300e+000
De belangrijkste headerregels
-
#COLUMNINFObeschrijft per kolom de eenheid, de naam en een gestandaardiseerd kolomnummer. Voor sonderingen is kolomtype 1 de sondeerlengte (m) en kolomtype 2 de conusweerstand (MPa). Software herkent de kolommen aan dit nummer, niet aan de volgorde. -
#ZIDis het referentieniveau: het niveau van het nulpunt van de sondeerlengte, vrijwel altijd t.o.v. NAP (code 31000). Staat hier 1.49, dan ligt het startpunt van de sondering op NAP +1,49 m. -
#XYIDbevat de coördinaten, in Nederland meestal Rijksdriehoek (code 31000). -
#COLUMNVOIDdefinieert per kolom de waarde die "geen meting" betekent. Regels met die waarde moet je programma overslaan. -
#PROCEDURECODE/#REPORTCODEvertellen welk GEF-dialect het bestand volgt, voor sonderingenGEF-CPT-Report.
Sondeerlengte is geen diepte (en geen NAP-niveau)
De eerste kolom is de sondeerlengte: de afgelegde lengte van de
conus vanaf het startpunt, positief naar beneden, beginnend bij 0. Je
rekenprogramma berekent daaruit het NAP-niveau als
niveau = ZID − sondeerlengte. Drie dingen gaan hier vaak mis:
- Dieptes t.o.v. NAP rechtstreeks in kolom 1 zetten. Het bestand lijkt te werken, maar de sondering komt op de verkeerde hoogte of ondersteboven in je software terecht.
- Negatieve of dalende sondeerlengtes: veel lezers weigeren het bestand of interpoleren onzin.
- Een
#ZIDdie niet bij de data past, waardoor alle lagen verschuiven.
Digitaliseer je een oude sondering waarvan de diepte-as in NAP-niveaus staat,
reken die dan om naar sondeerlengte vanaf het hoogste punt. De
CPT Converter doet dat automatisch en zet het
bijbehorende niveau in #ZID —
zo werkt dat in de praktijk.
Veelvoorkomende importfouten
- Ontbrekende
#voor headerregels: het bestand wordt dan als onleesbaar geweigerd. - Komma's als decimaalteken: GEF gebruikt punten.
- Verkeerde eenheden: conusweerstand hoort in MPa. Oude bladen vermelden soms kgf/cm² — vrijwel gelijk aan 0,1 MPa (10 kgf/cm² ≈ 1 MPa).
- Ongesorteerde data: meetpunten moeten van ondiep naar diep staan.
GEF en de toekomst: BRO en XML
Sinds de Basisregistratie Ondergrond (BRO) worden nieuwe sonderingen als IMBRO-XML aangeleverd. Voor de dagelijkse rekenpraktijk blijft GEF voorlopig echter de lingua franca: vrijwel alle software leest het, en het archief van bestaande GEF-bestanden is enorm. Voor gedigitaliseerde historische sonderingen is GEF dan ook nog steeds het logische doelformaat.